Jan Steijns uit Lepelstraat
Jan Steijns uit Lepelstraat
bouwde de Antoniuskerk na
“Wat zijn ogen zien, kunnen zijn handen maken,” zegt Dien Steijns trots over haar man. Niet alleen hun eigen en tuin in Lepelstraat getuigen van zijn creativiteit, maar ook kerk, de begraafplaats de woningen van diverse dorpsgenoten zijn door hem verfraaid.

Zijn meest opvallende klus is wel

de maquette van de Antoniuskerk.

De maquette, te zien in de

kerk, toont de oorspronkelijke

staat van de kerk, voordat deze

in 1944 opgeblazen werd door de

Duitsers. “Ik heb mijn communie

hier gedaan, en in de oorlog

moest ik hier iedere dag om 7.30

uur bidden, voor mijn broer die

in Duitsland was,” vertelt Jan.

“Het was een prachtige kerk, met

twee zijkapellen. Aan de ene kant

zaten wij dan, de jongens, bij de

nonnen, aan de andere kant de

meisjes.” De ramen, de dakkapellen,

de klokken en het haantje op

de toren, alles heeft hij precies nagemaakt.

“Omdat Lepelstraat toen

175 jaar een zelfstandige parochie

was. Ik ben er wel een jaar mee

bezig geweest.”


Houtsnijwerk

Zijn hobby ligt in het verlengde

van zijn vroegere baan als meubelmaker

en modelmaker. Een

tijd werkte hij aan de inrichting

van treinwagons. “Die treinen

werden prachtig ingericht, met

teakhout en koperen schroeven.

Heel mooi werk. Uiteindelijk ben

ik de bouw ingegaan, daar kon ik

meer verdienen.” Inmiddels is hij al twintig jaar in de VUT. “Maar ik

verveel me geen moment, ik ben

altijd aan het werken.” Hij kijkt

om zich heen in zijn tuin. “Dat

vogelhuisjes bijvoorbeeld, zo gepiept.

En die afzetting van betonnen

paaltjes, ook zelf gemaakt. De

bloembakken, de poort, eigenlijk

alles hier maak ik zelf. En houtsnijden

doe ik ook.” Hij haalt een

beeldje van Jezus tevoorschijn.

“Hoe vind je dat? Dat was mijn

eerste houtsnijwerk. Ik was een

keer met mijn vrouw in Antwerpen,

daar zag ik iemand bezig met

houtsnijden. Op de terugweg zei

ik: ‘Dat kan ik ook,’ en thuis ben

ik meteen begonnen.”


Bernadette

Jan draagt zijn steentje bij aan de

Lepelstraatse gemeenschap. In de

kerk prijkt niet alleen zijn maquette,

ook de lampen, kasten, de

paasgroep en de keuken in de vergaderruimte

zijn van zijn hand.

En ook voor de begraafplaats

heeft hij diverse dingen gemaakt.

“Laatst heb ik een grot gemaakt,”

toont hij vol trots. “Daar staat een

Mariabeeld in. Binnenkort haalt

men een beeld van Bernadette

uit Lourdes, dat komt er dan voor

te staan. En aan de zijkant wil

ik nog een soort muurtje maken,

waar de mensen kaarsjes op kunnen

branden.” Lopend over het

kerkhof weet Jan bij ieder graf

wie er ligt en hoe deze persoon

gestorven is. “Ik ben geboren en

getogen in Lepelstraat, ik ken zo’n

beetje het hele dorp.”

Het echtpaar woont bijna tien jaar

aan de Franciscusstraat. “Voorheen

hadden we een huis aan de

Kladseweg. Een prachtig huis,

maar de tuin werd te groot voor

ons. Die was wel honderd meter

lang, daar gaat veel werk in zitten.

Al was dat wel leuk, vroeger.

Hadden we geitjes in de tuin,

en ik hield postduiven. Hier heb

ik nog ooit een duiventil willen bouwen, maar de buren hadden

daar bezwaar tegen. Ik heb er nog

steeds spijt van dat ik dat niet

heb doorgezet. Nu zijn de buren

verhuisd, maar ik ben 78, om daar

nou nog aan te beginnen...”


Oorlog

Bij het koor waar Jan zingt, staat

hij bekend om zijn vele verhalen.

Vooral over de oorlogsjaren

kan hij volop vertellen. “Toen de

oorlog begon was ik acht. Voor

ons, kinderen, was het een mooie

tijd. Er was iedere dag wel iets

bijzonders, en van het gevaar

kregen wij niet zoveel mee.”

Zo weet hij bijvoorbeeld nog dat er krijgsgevangenen waren uit

Armenië, die voor de paarden

van de Duitsers moesten zorgen.

“Soms moesten zij munitie

naar een opslagplaats in Tholen

brengen, met paard en wagen. Wij

mochten dan meerijden, dat vonden

we geweldig.” Een van zijn

andere verhalen gaat over Dolle

Dinsdag, 5 september 1944. Het

gerucht ging, dat Nederland al zo

goed als bevrijd was, de Duitsers

in Lepelstraat gingen er in paniek

vandoor. “De Duitsers hadden hier

in Lepelstraat een huis gevorderd,

naast wat nu de fietsenwinkel is.

Wij gingen dus op Dolle Dinsdag

eens kijken of daar iets te halen

was. Ik kwam thuis met een tafel

en vier stoelen, op een klein karretje

geladen. De dag later kwamen

de Duitsers echter terug! Ze

dreigden 15 mannen en 15 vrouwen

dood te schieten als alle spullen

niet heel snel terug kwamen.

Ik dus met lood in m’n schoenen

die meubelen terug gebracht....

Gelukkig moesten de Duitsers er

om lachen, zo’n manneke met een

volgeladen karretje.” Zijn oorlogsherinneringen

heeft Jan opgeschreven.

“Eigenlijk zou ik er ooit

nog eens een boek van moeten

maken.”